Technieken 

De beelden worden gemaakt van aardewerk- of steengoedklei en altijd eerst biscuit gebakken op 950°C – 1050°C.

Vervolgens glazuur ik de beelden geheel of gedeeltelijk, of behandel ze met pigmenten of oxides. Het toepassen van glazuur heeft als belangrijk resultaat dat het beeld een soort glaslaagje krijgt en geen stof of vuil vasthoudt. Het heeft ook een decoratieve functie.  

De geglazuurde beelden kunnen daarna op meerdere manieren gebakken worden; tussen de  950 – 1150°C (aardewerk)  of tussen de 1150 - 1250 °C (steengoed). Een paar beelden zijn  reductie gestookt op  1250°C in een gasoven; hierbij wordt de zuurstof tijdens de stook onttrokken. 

De hoog-gestookte beelden (steengoed/reductie) zijn waterdicht en daarmee vorstbestendig.

Een enkel beeld is raku gestookt: meestal wordt dit buiten gedaan, in een aparte hout gestookte oven. Als het glazuur roodgloeiend is wordt het werkstuk met een tang uit de oven gehaald en in een ton met zaagsel geplaatst, waarna deze afgedekt wordt met een deksel. Door de temperatuurshock gaat het glazuur barsten, “craqueleren”. en de zwarte rook hecht zich in de barsten van het glazuur, of op plekken waar geen glazuur is aangebracht.